Charlotte de Ridder Interieur

“De combinatie van klassiek met een vrolijke twist maakt me blij.”

Welke taak ziet u voor uzelf als decorator weggelegd bij het ontwerpen van een interieur?

“Ik ben pas tevreden als ik niet zonder meer een bepaalde wens uitvoer, maar achter verborgen verwachtingen van de klant kom. Hiertoe vraag ik goed door, bijvoorbeeld om achter functionaliteit te komen. Leest mijn opdrachtgever bij daglicht in die fauteuil, of is het een emotioneel erfstuk? Zo leer je elkaar kennen en dat verstevigt de relatie. En dát is weer nodig om tot verrassende inzichten en daarmee interessante interieurs te komen.”

Kunt u uw interieurstijl omschrijven?

“Mijn interieurstijl is ‘uitdagend klassiek’ door gebruik van humor en onverwachte elementen (kleur, verschillende stijl meubels of cultuurinvloeden). Die combinatie geeft mijn interieurs een eclectisch effect.’

Hoe komt u tot een ontwerp?

“Voordat ik met de klant aan de slag ga, investeer ik veel tijd om de ruimte te ervaren (afmetingen, bouwmaterialen, architectuur en tijdsbeeld). Een grachtenpand heeft nu eenmaal een andere geschiedenis dan een jaren 30 villa en het interieur moet dat weerspiegelen. Dit klinkt logisch, maar in de praktijk worden bepaalde woontrends toegepast, zonder de uitstraling van het pand in aanmerking t nemen. Daarmee doe je de ruimte te kort.”

Wanneer ontdekte u dat u dit werk wilde doen?

“In 1992, toen ik de voorstelling ‘Alles of Nooit’ van Youp van ‘t Hek had gezien. Ik besloot abrupt de verpleging te verlaten om eindelijk mijn droom te gaan verwezenlijken. Ik startte een interieurzaak waar ik mijn creativiteit in kwijt kon. Nu doe ik alleen nog adviestrajecten. Over de jaren heb ik steeds meer gedurfd mijn eigen stijl toe te passen.”

Waar blinkt u in uit?

“Interieurs die verrassen. Ik voer niet zonder meer een bepaalde opdracht uit, maar probeer achter verborgen verwachtingen van de klant te komen. Hiertoe vraag ik goed door, bijvoorbeeld over de functionaliteit van een meubelstuk. Is de bank pronkstuk, om lui op te hangen of moet hij bestendig zijn tegen ligamonden en plakhanden? In dit proces verstevigt de relatie, wat leidt tot wederzijds vertrouwen en ruimte om te experimenteren.”

Wat fascineert u in uw vak?

“De prachtige ontwerpen die gemaakt blijven worden: van stoffen en behang tot meubels en verlichting. Als ik naar de Dutch Design Week ga, weet ik waarom ik mijn vak heb gekozen!”

Wat valt u in een interieur als eerste op wanneer u voor het eerst binnenkomt?

“De basis: vloer, muren en plafond. En hoekjes die ‘gecreëerd’ zijn, maar niet gebruikt worden.”

Welke decorateur of architect inspireert u?

“Paul Smith en Dries van Noten. Smith creëert een verhaal, vaak met humor, met de combinatie van met verschillende stijlen en prijzen. Van Noten waardeer ik om zijn ongebruikelijke toepassing van stoffen en texturen. Ik zou wel iedere dag ontwerpen van hem willen dragen!”

Welke stijl is favoriet?

“Het liefst gebruik ik een klassieke basis van stoffen en behang. Maar verder vind ik een mix van stijlen goed werken. Doordat je het geheel uit balans brengt, ontstaat spanning en verrast het resultaat.”

Voor welke stijl bent u allergisch?

“De grijze hoekbank maffia. En dan met twee gekleurde kussentjes voor het accent. Verschrikkelijk alles twee: lampen, vaasjes etc. Te voorspelbaar en weinig origineel.”

Wat zijn algemene basisfouten die in een interieur gemaakt worden?

“Vaak wordt het interieur te veel op elkaar afgestemd, zodat je niets meer durft te veranderen of te verzetten. Je wilt niet dat bewoners zich ‘gevangen’ voelen. Een interieur moet juist verrassen!”

Waarin moet je sowieso investeren bij een beperkt budget?

“De basis; muren, vloer en plafond. Zorg er verder voor dat gordijnen en vloerkleden geen sluitpost zijn. Liever langer op een oude bank dan kaasdoek voor je raam!”

Hoe zorgt u er voor dat u blijft vernieuwen?

“Ik bezoek beurzen in Parijs, Londen en Milaan en haal al 11 jaar lang inspriratie uit het blad ‘The World of Interiors’. Maar ik doe ook ideeën op bij een bezoek aan een museum, bioscoop of theater. Zo is het Oerol-festival op Terschelling een absolute must voor me!”

Welke interieurtrends zijn er komend jaar?

“Ik verwacht dat vintage aanhoudt met rotan, macramé plantenhangers en ouderwetse planten zoals nertshoorn en gatenplant. Sowieso veel groen en grote motieven.”

Wat is het grootste compliment dat een opdrachtgever u kan geven?

“Dat het interieur past; net zo mooi als een teruggevonden oude jas.”

Bekijk al mijn werk op: www.charlottederidderinterieur.nl